Waar steeds meer gemeenten worstelen met de opmars van de fatbike, kiest marktleider La Souris voor de tegenaanval. Het bedrijf gaat het gebruik van de Algemene Plaatselijke Verordening, APV, om fatbikes uit bepaalde gebieden te weren juridisch aanvechten. Gemeenten als Enschede en Amsterdam zien in de APV een middel om gebiedsverboden mogelijk te maken. Volgens eigenaar Armando Muis slaan zij daarmee de plank mis.

“Als het echt om veiligheid gaat,” stelt Muis, “dan moet je kijken naar snelheid. Verlaag die naar 20 kilometer per uur en je creëert meer reactietijd.” Een opvallende redenering, zeker nu juist het gebruik, en misbruik, van gashendels en opgevoerde modellen veelvuldig onderwerp van discussie is.

Gemeenten grijpen naar noodmiddelen

Volgens Muis is het uitblijven van heldere landelijke regelgeving de oorzaak van de huidige situatie. Gemeenten grijpen daarom naar de APV om toch te kunnen handhaven. Hij wijst daarbij naar het kabinet onder leiding van Rob Jetten, dat volgens hem ten onrechte stelt dat de fatbike een ander vervoermiddel is dan een reguliere e-bike.

“Dat onderscheid klopt juridisch niet,” aldus Muis. “Alleen daarom al verwacht ik dat de nieuwe regelgeving geen standhoudt. De focus ligt volledig op de fatbike, terwijl handhaving op illegale import en opgevoerde modellen effectiever zou zijn. In deze vorm is de wetgeving een papieren tijger.”

Dat gemeenten ondertussen zoeken naar manieren om de overlast in te perken, ziet La Souris als symptoombestrijding. Critici zullen zeggen dat dit zoeken niet uit het niets komt.

Verbod eenvoudig te omzeilen?

Volgens Muis is een verbod bovendien relatief eenvoudig te omzeilen. De juridische scheidslijn ligt vooral bij de bandbreedte. “Er zijn inmiddels skinnybikes op de markt, modellen die sterk lijken op fatbikes, maar smallere banden hebben. Daarmee val je buiten het verbod.”

Met andere woorden, waar regelgeving zich richt op uiterlijke kenmerken, volgt de markt vanzelf met alternatieven. Dat dit niet per definitie bijdraagt aan duidelijkheid op straat, is een andere discussie.

Wat Muis vooral stoort, is dat goedwillende gebruikers volgens hem opdraaien voor het gedrag van een minderheid. “Berijders moeten hun fatbike laten staan, overstappen op een ander model of investeren in smallere banden. Uiteindelijk jaag je consumenten op kosten.”

Die kosten kunnen volgens La Souris oplopen van 300 tot 1.000 euro per persoon voor het vervangen van velgen, banden en, afhankelijk van het type, de motor. “Het probleem is eerder niet bij de bron aangepakt,” stelt Muis. “Nu wordt er opnieuw omheen gewerkt.”

Principiële strijd

La Souris kondigt aan bezwaar te maken in elke gemeente waar een fatbikeverbod dreigt. Voor Muis is het vooral een principiële kwestie.

“Wij zijn vóór veilig vervoer. Een minimumleeftijd en helmplicht ondersteunen wij. Maar wat ontbreekt is een lagere maximumsnelheid en een kentekenplicht. Met een kenteken kun je illegale en ondeugdelijke import aanpakken. Alleen dan kun je echt handhaven.”

In Enschede is inmiddels een formele procedure gestart tegen wethouder Marc Teutelink wegens vermeend onrechtmatig bestuur, naar aanleiding van het fatbikeverbod waar begin maart over wordt gestemd in de gemeenteraad. Volgens Muis loopt de gemeente hiermee vooruit op landelijke besluitvorming. “Zelfs als het kabinet haar plannen doorzet, moeten gemeenten wachten tot de wet bekrachtigd is.”